Voor bijna elke hond is een regelmatig bezoek aan de trimsalon te adviseren. Ook voor kruisingen en kortharige honden, want ook zij kunnen enorm verharen. Wat houdt trimmen eigenlijk in?
Trimmen houdt in :

Het ligt eraan wat voor vacht uw hond heeft welke techniek er gebruikt wordt en hoe vaak de hond getrimd zou moeten worden.

VACHTSOORTEN

Hieronder ziet u de vachtsoorten met bijbehorende technieken en hoe vaak deze te trimmen.

Krulhaar, trim frequentie 4 tot 8 x per jaar:

Zoals bijvoorbeeld een Poedel, Doodle of Lagotto Romagnolo. Dit is een alleen uit onderwol bestaande vacht, die wel verhaart maar geen echte rui kent. De vachtgroei heeft een lange cyclus en kan daardoor erg lang worden. Krulhaar kan naar uw wens ingekort worden, dmv scheren of knippen. Krulhaar is de enige vachtsoort, waarin geknipt of geschoren kan worden zonder dat dit schade kan toebrengen aan huid of vacht.

Langhaar met veel onderwol, trim frequentie 4 tot 8 x per jaar:

Zoals Shih Tzu's en Maltezers. Deze vacht moet regelmatig gekamd of geborsteld worden om klitten te voorkomen. Vaak zien we dat eigenaren moeite hebben om dit soort vacht goed te onderhouden en is regelmatiger onderhoud gewenst. Het is niet noodzakelijk om de vacht knippen, toch willen veel eigenaren dit wel omdat het dan eenvoudiger is om bij te houden. Er kan dus gerust met de schaar wat bijgewerkt worden.

Langhaar met weinig onderwol, trim frequentie 4 tot 6 x per jaar:

Zoals de Golden Retriever, Spaniels en Setters. Dit vachttype heeft de zogenaamde mozaïekverharing. Er zitten altijd wel dode haren in de vacht, waardoor de hond iedere 2 à 3 maanden getrimd kan worden. De technieken die dan gebruikt worden, zijn plukken en effileren. Eerst plukken we de vacht zoveel mogelijk in model. De delen van de vacht we niet kunnen plukken, worden geëffileerd. Om de vacht vrij van klitten te kunnen houden, worden de langere haren zoals op de oren en aan de vlaggen aan de poten, tijdens de trimbeurt iets ingekort.

Ruwhaar, trim frequentie 2 tot 4 x per jaar:

Zoals de Cairn Terrier, Airedale Terriër, Ruwhaar Teckel. Dit vachttype heeft een duidelijke rui, hierbij verhaart niet de ondervacht maar de dekharen in een keer. Deze vallen niet vanzelf uit maar blijven los in de huid zitten, omdat de dekharen in vrij diepe haarzakjes zitten. Door het haar met de hand te plukken worden deze haren verwijderd. Dit plukken kan iedere 6 maanden, waarbij de totale dode bovenvacht wordt uitgeplukt. Alleen de onderwol blijft dan over. De bovenvacht kan ook in meerdere laagjes opgedeeld worden. Hierbij wordt tijdens de trimbeurt de langste laag, die dan 6 maanden oud is, weggehaald. Het jongere en dus kortere dekhaar blijft zitten, waardoor de hond beter in model blijft. We noemen dit een stripvacht en wordt om de 3 maanden onderhouden.

Stokhaar, trimfrequentie 2 tot 4 x per jaar:

Binnen het stokhaar onderscheiden we:

Dit is een dubbele vacht, een vacht die bestaat uit een ondervacht van zacht wollig haar met daaroverheen de dekharen. In het voorjaar verhaart de hond de hele onderwol (rui), zodat de zomervacht dunner is dan de wintervacht. In het najaar zal de vacht nog een keer in de rui gaan, waarna zich een lekkere dikke wintervacht ontwikkelt. Dit ruien wordt in gang gezet door de verandering van temperatuur en daglengte. Het dekhaar verhaart meer over het jaar verspreid. Bij honden die het hele jaar door buiten blijven, zien we vaak duidelijker dat de hele vacht in een paar weken los laat en wordt vervangen. Door het binnen houden van onze honden is het natuurlijke proces onder invloed van temperatuur verstoort geraakt, doordat de binnentemperatuur veel gelijkmatiger is. Hierdoor ruien onze honden vaak het hele jaar door.

Tijdens deze ruiperiode is het voor de hond (en onszelf) fijn als om van de losse dode haren verlost te worden. Een goede wasbeurt kan de hond helpen om sneller door de rui heen te komen. Daarom is het verstandig om minimaal 2 keer per jaar met een stokharige hond de trimsalon te bezoeken. Zo komt de hond sneller zijn ruiperiode door en wordt hij op een vakkundige manier van de dode vacht ontdaan.

Ik gebruik hiervoor de was-blaasmethode. Wat houdt deze methode in :

Uw hond wordt tijdens de behandeling eerst uitgebreid gewassen. Als wolharen aan vervanging toe zijn, is hun mantel niet meer gaaf, de haarschubben staan open of zijn afgebroken. Daardoor zuigen ze water op tijdens de wasbeurt. De jongere, gavere exemplaren nemen geen water op. Door een speciale shampoo te gebruiken, verdwijnt het vuil en vet van de haren. Het beschadigde haar zuigt zich vervolgens vol en wordt zwaar. Een zachte massage ontspant de huid en zorgt dat de losse haren op een zachte manier goed loskomen. Door vervolgens te blazen met een krachtige luchtstroom worden deze haren op een hele haar- en huidvriendelijke manier uit de vacht verwijderd. U zult versteld staan van de hoeveelheid onderwol, die loskomt bij deze behandeling! Soms kan nog een tweede wasbeurt nodig zijn. Het is belangrijk om na zo’n trimbeurt de vacht enige tijd met rust te laten. Er komt een nieuwe laag onderwol die de tijd moet krijgen om te groeien. Wanneer de hond in goede conditie is en geen verhaar problemen heeft, zal de vacht ook niet gaan klitten wanneer hij niet in de rui is.

Kort-/gladhaar, was-blaasfrequentie 2 tot 4 x per jaar:

Deze vacht bestaat voornamelijk uit kort dekhaar. Onderwol is niet of nauwelijks aanwezig. Er is bij deze vachtsoort dus geen sprake van rui, maar de hond verhaart het hele jaar door, zoals de Dobermann, Boxer, Cane corso.